(c) On'wijs 2003

 

Eeuwige strijd
In ons land hebben we altijd moeten strijden tegen het water. Ondanks steeds terugkerende overstromingen hebben we land op het water veroverd. Als bouwers van dijken en dammen werden we wereldberoemd. Nederland werd het land achter de dijken.
 
 
Keren en beheren
In de 21e eeuw zullen we dijken en duinen moeten blijven verhogen om het water te kunnen keren. Ook gemalen zullen steeds krachtiger moeten worden om het overtollige water af te voeren. Dit komt omdat de zeespiegel blijft stijgen en de lage delen van Nederland dalen. Ook vanuit het land neemt de druk op de kust toe. Kustplaatsen groeien hard. Toeristen kijken liefst vanuit hun hotelkamer op de zee. Op die plaatsen wordt het moeilijker de duinen of dijken te verzwaren.
 

Modern dijkbeheer maakt onderscheid tussen waterkeringen (Bron Waterschap GO)
 
Klimaat en zeespiegel
Door klimaatsverandering krijgen we in de toekomst te maken met periodes waarin een tekort of een overvloed aan water is. In periodes van droogte moeten we proberen water te vast te houden. Dit kan o.a. door allerlei buffers aan te leggen. Als er een teveel aan water is moeten we proberen dit water snel af te voeren of te bergen in overloopgebieden. Bewoners van die gebieden moeten bij schade een vergoeding krijgen van de overheid.
Het regenwater heeft in ons land steeds minder uitwegen, omdat wij alles vol bouwen met huizen, bedrijfsgebouwen en wegen. Daarom moet het water weer de ruimte krijgen, voordat het water die ruimte op een ongecontroleerde manier zelf in bezit neemt. Om dit goed te kunnen regelen is samenwerking met andere landen van belang.
Door de verandering van het klimaat zullen extreme stormen vaker voor kunnen komen. Op plaatsen waar de zeewering uit smalle duinen of dijken bestaat, komt de veiligheid van de gebieden daarachter in het geding. Voor elk van deze plekken moet worden nagegaan of aanpassing van de duinen of dijken nodig zal zijn.
 

Ontwikkeling waterstanden
Het waterschap maakt met behulp van speciale cijfers berekeningen over de stijging van de zeespiegel.
Er word uitgegaan van een gemiddelde stijging en van een maximale stijging.

Gemiddelde stijging:   
Tot het jaar 2050: + 25 cm 
Tot het jaar 2100: + 60 cm    

Maximale stijging:   
Tot het jaar 2050: + 45 cm 
Tot het jaar 2100: + 110 cm 
  

 
Het water als een vriend
Water hoort bij het Nederlandse landschap. Het water is niet alleen een vijand, maar het kan ook een vriend zijn. Steeds vaker zien we dat de natuur weer een stukje water terugkrijgt. Het omgekeerde kan ook. Voor de kust ontstaat een voordelta van zandplaten, hier wordt een bescherming van het land gemaakt en krijgt de natuur de ruimte. Een delta met zijn vele water is aantrekkelijk om in te wonen, te werken en te recreëren. Maar zo’n laaggelegen gebied kent ook risico’s: absolute veiligheid is niet te garanderen en ook wateroverlast is niet uit te sluiten. De natte gebieden achter de kust, de zgn. ‘wetlands’, moeten unieke natuurgebieden worden.
   

Het waterschap heeft voor de zeedijk het  Flauwe werk bij Ouddorp eens globaal gekeken wat de gevolgen kunnen zijn voor de hoogte van de dijk.

Voor de ramp tot 1953 was de dijk 7,22 meter boven NAP
Verhoging na de ramp  8,50 meter boven NAP
Verhoging in 1984 9,70 meter boven NAP (Dit is de huidige hoogte)
 

Na toekomstige verhogingen in:  
2050 11,2 meter boven NAP
2100 12,2 meter boven NAP
2150 13,7 meter boven NAP
2200 15,7 meter boven NAP
     
Terug naar eb en vloed?
Twee jaar geleden nam de Tweede Kamer het besluit om in 2005 de Haringvlietsluizen op een kier te zetten. Voor de natuur biedt dat direct voordelen, zoals minder vissterfte bij de sluizen en meer kansen voor trekvissen.
Het op een kier zetten van de sluizen is een eerste stap op weg naar herstel van de natuur in de Haringvlietdelta. Overgang van zout naar zoet water en getijdenwerking zijn kenmerkend voor een natuurlijke delta, die plaats biedt aan verschillende planten- en dieren. Zalm, roerdomp, zeearend en steur en tal van andere soorten voelen zich er thuis. Zulke gebieden zijn zeldzaam geworden in Europa. Na de afsluiting van het Haringvliet verdween ongeveer 95 procent van het getijdengebied in de regio. Bijzondere planten en dieren verdwenen.
 
Anemoon in de Oosterschelde


Waterbeheer in de toekomst

Na de grootscheepse wateroverlast in de stroomgebieden van Rijn en Maas in 1993 en 1995 is de visie op het Nederlandse waterbeheer veranderd. De landelijke Commissie Waterbeheer 21e eeuw stelde vast dat het (eeuwen)oude beleid zijn langste tijd gehad had. De kern van het toekomstige waterbeleid is een minder strikte scheiding tussen water en land. Regenwater moet langer worden vastgehouden op de plaats waar het viel en langs de rivieren zullen gebieden worden gereserveerd die bij hoge waterstanden kunnen onderlopen, zodat de waterstijging tijdens hoge afvoeren beperkt blijft.

Momenteel wordt nagegaan hoeveel ruimte er voor water moet worden gereserveerd. Veel speelruimte om met stuwen het wateraanbod in de verschillende rivierarmen van de Rijn te beïnvloeden  is er niet, want vooral de Lek kan onder de huidige omstandigheden niet meer water afvoeren. De neiging bestaat dan ook om meer water af te leiden naar de zuidelijke rivierarmen, waardoor het zich zal ophopen in het Hollandsch Diep. Verdere afvoer naar zee kan voor een deel via het Haringvliet, maar bij hoge afvoeren (en een hoog zeewaterniveau) is die mogelijkheid te beperkt. Op dat moment rest alleen nog afwatering via de Volkeraksluizen naar de Zeeuwse Delta.

 
Nat en droog
Nederland is nog lang niet klaar. Sterker: eigenlijk beginnen we weer van voren af aan. De beken die eerst waren gekanaliseerd, mogen nu weer slingeren; de harde walkanten worden glooiend en natuurlijk gemaakt. Zonder een goed waterbeheer zakken we terug in het moeras waar we ons na veel moeite hadden uitgegraven.