(c) On'wijs 2003

 

Klimaatsverandering en de zeespiegel
Mensen zijn grote vervuilers. Fabrieken en auto's blazen koolstofdioxide uit (CO
2). Normaal gesproken maken bomen en planten hier zuurstof van. Maar omdat wij veel bomen en planten kappen, zijn er te weinig bomen en planten om de schadelijke koolstofdioxide om te zetten in zuurstof. Een extra probleem is dat er steeds meer vervuilende fabrieken en auto's komen en die blazen nog meer koolstofdioxide in de lucht. Al deze koolstofdioxide blijft hangen in de atmosfeer.
Zonnestralen verwarmen de aardkorst. Normaal gesproken worden de stralen weerkaatst. Omdat er zoveel koolstofdioxide in de atmosfeer zit, kan de aarde de zonnestralen minder goed weerkaatsen. De warmte blijft in de atmosfeer hangen. De aarde wordt warmer, dit is hetzelfde effect als in een broeikas. Daarom noemen we dit het broeikaseffect.
 

Broeikaseffect
Door het broeikaseffect stijgt ook de zeespiegel. Het ijs van de polen en gletsjers smelt. Al dat ijs wordt water en moet door rivieren en zeeŽn opgevangen worden. Daardoor stijgt wereldwijd het waterniveau van zeeŽn. Dit gaat heel langzaam, maar het is zeker dat de zeespiegel stijgt. Het KNMI verwacht dat in het jaar 2100 de zeespiegel tussen de 20 en 110 cm gestegen is. Het wordt 1 tot 6 graden warmer op aarde.
Ook moeten we er rekening mee houden dat de rivieren vaker extreem grote of extreem kleine hoeveelheden water zullen aanvoeren. Daarnaast komen er meer en zwaardere stormen voor en is er vaker sprake van extreme regenval.
Nog een probleem is dat het water op de aarde warmer wordt. Warm water neemt meer ruimte in dan koud water. Hierdoor worden de rivieren en zeeŽn nog voller. Hierdoor kunnen meer overstromingen voorkomen.
 

Geen broeikaseffect

Wel broeikaseffect

Daling van de bodem
Het overstromingsgevaar wordt nog meer vergroot, omdat de Nederlandse bodem langzaam maar zeker daalt. Deze daling ontstaat door verschillende oorzaken. In Nederland bouwen we steeds meer. Waar wegen worden aangelegd en huizen en kantoren worden gebouwd kan het regenwater niet de grond in. We bouwen ook steeds meer op plaatsen waar we dat beter niet kunnen doen. Waar we gas en andere delfstoffen uit de bodem halen klinkt de grond in elkaar. In grote delen van Nederland bestaat de bodem uit veen die als een plumpudding in elkaar kan zakken. Je kunt het ook vergelijken met een spons. In de toekomst moeten we water meer de ruimte gaan geven.

Rijkswaterstaat verwacht voor het jaar 2050 dat de bodem van Laag-Nederland tussen de 2 en 60 cm zal zakken. Hoog-Nederland zal daarentegen 2 cm of meer stijgen.