(c) On'wijs 2003


In het verleden is Nederland vaker geteisterd door het water. Er zijn ook veel plannen gemaakt om het land beter te beschermen tegen stormvloeden. De meeste plannen werden nooit uitgevoerd, omdat ze te duur waren, technisch onmogelijk, of omdat het oorlogstijd was.
In 1916 werd het gebied rond de Zuiderzee getroffen door een watersnoodramp. Ingenieur Cornelis Lely maakt een plan om de Zuiderzee af te sluiten. Hij wil een 30 kilometerlange dijk maken tussen de kop van Noord-Holland en Friesland; de Afsluitdijk.
De regering besluit het plan uit te voeren
. De Afsluitdijk werd gebouwd. In 1932 werd het laatste gat in de dijk gesloten. De Zuiderzee werd het IJsselmeer en een groot deel van Nederland was beveiligd tegen stormvloeden.
Na de afsluiting van de Zuiderzee kwamen er nog meer plannen om het land te beschermen. De aandacht richtte zich vooral op het deltagebied in Zuidwest-Nederland.
Er werden vanaf 1938 veel verschillende plannen gemaakt door Rijkswaterstaat; de overheidsdienst, die zich met waterbouw bezig houdt.
Er werden er maar een paar uitgevoerd (afluiting Brielse Maas bij Brielle, afsluiting Braakman op Zeeuws-Vlaanderen).
Op 29 januari 1953 kwam Rijkswaterstaat met een plan om grote delen van de delta af te sluiten met dammen. Helaas was dat te laat. Drie dagen later werd Zuidwest-Nederland zwaar getroffen door de watersnoodramp.
Na de watersnoodramp was één ding duidelijk: Dit mocht nooit meer gebeuren. De regering stelde een commissie samen van wijze mannen; de Deltacommissie.
Zij gingen onderzoeken hoe Zuidwest-Nederland beter beschermd kon worden tegen stormvloeden.
De commissie komt al snel met een aantal adviezen. Het plan van 29 januari 1953 wordt grotendeels overgenomen. Alleen gaat de Deltacommissie nog iets verder.
De Deltacommissie adviseert de regering het volgende te doen:
- Een stormvloedkering bouwen in de Hollandse IJssel.
- Afsluiten van de zeegaten Veerse Gat, Haringvliet, Brouwershavense Gat en Ooserschelde door middel van vaste dammen.
- Afsluiten van het Volkerak en de Grevelingen.
- Versterken van de hoogwaterkeringen.
- Het gebied bij de Oude Maas beter beschermen.
- Overige werken uitvoeren, die nodig zijn om de afsluitingen mogelijk te maken.

In 1958 worden de adviezen van de Deltacommissie opgeschreven in een wet. De wet wordt door de Tweede Kamer goedgekeurd.
Ondertussen zijn een groot aantal werkzaamheden al begonnen. Die konden niet wachten.
Rijkswaterstaat richt de Deltadienst op. Deze dienst gaat zich bezig houden met de uitvoer van de Deltawet. Na een tijdje komt de Deltadienst met een 'plan van aanpak'. Dit plan wordt het Deltaplan genoemd.
In het Deltaplan staat beschreven in welke volgorde de dammen gebouwd zullen worden. Omdat het een moeilijke klus is, wordt begonnen met de kleine dammen. Van die kleine dammen kan de Deltadienst leren. Want hoe ze de grote dammen moeten gaan bouwen weten ze nog niet helemaal.
Op dit kaartje zie je in welke volgorde de Deltadienst van plan was de Deltawerken te bouwen.

De blauwe dammen zijn de primaire dammen. Zij houden het zeewater tegen.
De rode dammen zijn de secundaire dammen. Zij zijn een extra beveiliging en maken het bouwen van de primaire dammen makkelijker.
Er werd snel begonnen met de bouw van alle Deltawerken. Toch zou niet alles zo gaan, als de Deltadienst gepland had...