(c) On'wijs 2003

het weer  de begroting   de dijken

Te laag en te smal

De dijken waren te laag en te smal. Ze waren soms maar 1,5 meter breed, daarom werden ze ook wel kattenruggen genoemd. Als je er met hoog water op liep voelde je ze bewegen.
Toen op 7 april 1943 het water extreem hoog stond waren kilometers dijk te laag. Het water stond toen een paar decimeter lager dan bij de overstroming in 1906.
 
In 1939 werd een Stormvloedcommissie ingesteld door de minister van Verkeer en Waterstaat. Zij moest onderzoeken welke stormvloedstanden langs de Nederlandse kust verwacht konden worden.

In augustus 1940 rapporteerden zij dat Nederland zich moest voorbereiden op een stormvloed van 4 meter boven N.A.P. bij Hoek van Holland. In de rampnacht steeg het water bij Hoek van Holland tot 3,85 meter boven N.A.P., dit was 15 centimeter lager dan de voorspelde hoogte in 1939!

In 1944 volgde er weer een rapport. Kilometers dijk zullen bij een stormvloed overstromen. Het water zal dan zo'n 60 tot 80 centimeter hoog over de dijken stromen. Bij Stavenisse is op één plek het hoogte-tekort niet minder dan 1,8 meter! In de rampnacht zal deze dijk over een lengte van 1800 meter breken.
 
Een "kattenrug" in Stavenisse.

Het verhaal 
 


Dhr. Kreeft uit Oude-Tonge vertelt over hoog water ver voor de ramp.
 
 
Zwakke dijken
De dijken zijn niet alleen te laag en te smal, ze zijn ook te steil en slecht van samenstelling. In de dijken was veel zand verwerkt in plaats van klei en een goede afdeklaag ontbrak.

Een goede dijk is gemaakt van klei, loopt schuin af en heeft een sterk talud. Dat wil zeggen dat de dijk aan de buitenzijde is bekleed met steen of asfalt.

Tijdens de ramp sloeg het water over de dijken heen, daardoor werden ze aan de zwakke binnenkant uitgehold. Dit leidde uiteindelijk tot dijkval of dijkbreuk. Soms kwam de dijk over een lengte van tientallen meters in beweging en stortte in. Vloedgolven hadden daarna vrij spel.
 
Tekening van de doorsnee van een dijk voor en na de ramp.
Dijkval nabij Serooskerke, de binnenzijde is aangetast door het water.
Filmpje over de beschadigde dijk bij het veer van Kruiningen
        (bron Waterland Neeltje Jans)
Dieren
Mollen en konijnen tastten de stevigheid van de dijken aan. Ook koeien die altijd het zelfde pad liepen droegen bij tot de zwakte van de dijk. Bovendien werden aan  onderhoud en aanleg te weinig aandacht besteed. 
Oorlogsschade
De Duitsers ondermijnden de dijken door er bunkers in te bouwen.
Na de ramp werden de bunkers gesloopt. Bunker omgeving Goedereede.
In het laatste oorlogsjaar (1944) zetten de Duitsers grote delen van het westen van ons land onder water. Deze inundatie tastte de binnen- en de buitendijken aan. De bezetters sloegen ook palen in de dijken en groeven mangaten.





Gaten in een binnendijk tussen Oude-Tonge en Stad aan 't Haringvliet (1944)

Moderne dijken
Moderne dijken worden in vergelijking met de dijken van voor de ramp heel wat steviger uitgevoerd.
Ze hebben een sterk talud. Ze zijn breder. Ze bevatten voldoende kleilagen en zijn breed.
Moderne dijk bij Bath aan de Westerschelde.
De dijken van nu zijn niet te vergelijken met de dijken van vroeger.
In het plaatje zijn de verschillende lagen en het sterke talud te zien.
Modern dijktalud bij Bath. Dijktalud en basaltblokken bij Stavenisse.
Dijktalud bij Oudenhoorn