(c) On'wijs 2003

het weer   de begroting   de dijken

 

In deze animatie zie je alle oorzaken van de extreme waterstand tijdens de ramp.
De stormvloed verhoogde de ebstand, hierover heen kwam nog de verhoging door de vloed en de springvloed.
 
Bij de stormramp van 1953 waren er 4 zaken bepalend voor de hoge waterstand:
a. Noordwesterstorm
Een noordwesterstorm met orkaankracht. De wind stond precies op onze kust.
Het had al eens harder gestormd. De gemiddelde windkracht lag tussen 8 en 9 met uitschieters naar windkracht 11.
b. Stormvloed
Doordat de wind zo'n 23 uur aanhield ontstond er een stormvloed. Het water werd door de wind zo sterk opgestuwd, dat het water bij eb al hoger kwam dan bij een normale vloed.
Dit was de hoofdoorzaak van de extreem hoge waterstand.
c. Springtij
Het werd ook nog springtij. De vloed is dan hoger dan normaal. 
(Gelukkig was deze niet bijzonder hoog)
d. Trechtervorm
Het water kon moeilijk weg. De Noordzee vormt een soort trechter die uitmondt bij "Het Kanaal"  het smalle deel van de Noordzee tussen Engeland en Frankrijk.
   
  Geluk
De waterstand in de rivieren was laag, anders was het nog erger geweest.
 
 

a. animatie van het verloop van het lage druk gebied

Je ziet in de animatie hoe de Noordwesterstorm zich ontwikkelde. De wind blaast het water precies op onze kust. Er waren windstoten van 144 km per uur bij.
Ook in Engeland en Vlaanderen liet de storm zijn sporen na.
 
 


 

b. animatie van de getijden (eb, vloed en springtij)
De maan trekt het water aan en veroorzaakt vloed aan twee kanten van de aarde.
In de tegenovergestelde gebieden is het dan eb.

Springtij ontstaat als de zon en de maan op één lijn staan.

 

 

c. animatie van de stormvloed

Het water wordt door de wind opgestuwd.
Deze werking was heel sterk, omdat het wel 23 uren achtereen bleef stormen.
 
 



d. animatie van de trechtervorm van de Noordzee 

Het Noordzeewater kon niet snel weg door de smalle openi
ng bij "Het Kanaal". Daardoor stuwde het water ook op.