(c) On'wijs 2003

algemeen   achterblijvers   woningen

Wederopbouw
In het begin was het dijkherstel nog geheel in handen van soldaten en vrijwilligers. Maar al gauw  zorgde de regering ervoor dat het herstel vakkundig werd aangepakt. Rijkswaterstaat kreeg de leiding over het dijkherstel. De regering zou alle kosten om de zeedijken te herstellen voor haar rekening nemen. De dijken moesten hoger en breder worden.
Veel bedrijven werden ingeschakeld om de dijken zo snel mogelijk veilig te maken. Er was haast geboden, voor 1 oktober 1953 moesten de dijken klaar zijn.  Hulp kwam overal vandaan, ook uit het buitenland. In het rampgebied verschenen allerlei machines. Honderden mensen werden ingeschakeld bij het werk aan de dijken.

 


Filmpje aanleg van dijken


Naast draglines werden er ook paarden gebruikt. Zij trapten de klei aan.

(Delta Video produkties)

 


Vrachtwagen
(Caissonmuseum Ouwerkerk)

Dragline (Caissonmuseum Ouwerkerk) Bulldozer (Caissonmuseum Ouwerkerk)



Locomotief met kiepkarren
(Caissonmuseum Ouwerkerk)


Bulldozers bij Herkingen bezig met de aanleg van de nieuwe dijk.

 
Kranen aan de dijk tussen Herkingen en
Oude-Tonge.
Kranen aan het werk op Schouwen
 
Zand in plaats van klei?
Op Goeree-Overflakkee was onvoldoende goede klei aanwezig om de nieuwe dijken mee aan te leggen. Gekozen werd voor twee asfaltdijken.  De eerste dijk van zo'n vier kilometer lengte liep van de haven van Middelharnis langs de van Pallandtpolder richting Stad aan 't Haringvliet. De tweede dijk met een lengte van 18 kilometer liep van Herkingen naar Sluishaven, dichtbij Ooltgensplaat. Er werden twee kades gemaakt waartussen zand werd gespoten. De dijkwerkers hadden schotten en zorgden ervoor dat de stroom van zand en water op de goede plek terechtkwam. Later werden de dijken van zand bekleedt met lagen asfalt.
Het zand werd werd door een aantal zandzuigers waaronder de "Ahoy" aangeleverd.
Tussen twee dijken van klei werd zand opgespoten
Archief waterschap Goeree-Overflakkee
Bulldozers zorgen voor de kades Dijkwerkers met schotten
De zandzuiger "Ahoy" Het aanbrengen van asfalt op de zanddijk
Asfaltmenginstallaties bij de Hoek van St. Jacob bij Oude-Tonge.
Hier werd 7000 ton asfalt per week gemaakt.
Werken aan het talud van de asfaltdijk
 
Asfaltdijk bij Sluishaven (Ooltgensplaat) Asfaltdijk tussen Middelharnis en
Stad aan 't Haringvliet
Schip voor het storten van stortsteen Belgische kraan in Herkingen
Kort na de oorlog wilde Duitsland zich ook van haar beste kant laten zien.
Hier hulp uit Saarland in Klundert
Duitse hulp bij Oude-Tonge, de oude vijand werd een vriend.
Duitse schippers helpen ook
 
Dijkwerkers en bedrijven verdienden veel geld. Veel bedrijven en mensen maakten misbruik van de situatie, omdat er weinig controle was. Sommige dijkwerkers kregen loon van 2 aannemers. Ze "konden" werken aan twee dijken tegelijk. De ene dag werkten ze aan de ene dijk, de ander dag aan de andere. Anderen gaven veel meer uren op dan ze in werkelijkheid gewerkt hadden.

Ook aannemers profiteerden van de situatie. Ze kregen 18 % meer dan de loonkosten en 8 % meer op de materiaalkosten. Aan elke dijkwerker en aan elke machine werd op die manier veel geld verdiend. Het maakte voor de aannemer geen verschil of de machines gebruikt werden. Ze kregen ook betaald voor machines en dijkwerkers die niet werkten. 
 


Vrachtwagens en dijkwerkers bij Oude-Tonge
Nadat de polders droog waren werd begonnen met het ontzilten van de grond en herinrichting van de polders. Na de Deltawet spreken we van Deltahoogte, een dijkhoogte die een herhaling van de februariramp moet voorkomen.

 


Het verschil in dijkhoogte is op deze foto duidelijk te zien. Op de voorgrond de oude dijk nabij Heerenkeet (Serooskerke), erachter de nieuwe dijk.

Werken aan de binnendijken bij Nieuwe-Tonge
 
Naast paarden werden moderne machines gebruikt.
F
Ook in duingebieden was de zeewering te laag. Bij het Flauwewerk in Ouddorp werd een asfaltdijk achter de duinen aangelegd.
Inwoners van Ouwerkerk en Nieuwerkerk vonden tijdelijk onderdak in ruim 100 gezinsbarakken op het Beyersdijkje nabij Zierikzee

Na de ramp hernam het dagelijks leven z'n gang




 
Gekwelde grond
Op Schouwen had de grond lang onder het zoute water gestaan.Door eb en vloed was zand binnengestroomd. Het zand werd afgegraven of door diep te spitten vermengd met kleigrond.
Op de slechtste stukjes grond werd klei gestort. Uit de Welplaat onder Rotterdam werd 35.000 kubieke meter kleigrond aangevoerd.

Door het zout was de grond voor de boeren onbruikbaar geworden. Zoute grond laat geen regenwater door en is bijna niet te bewerken. Door gips op het land te brengen, werden de zoutdeeltjes verdreven en werd de grond weer kruimelig.

Op de foto een gipsstrooier

Bomen
Na de ramp werden op Schouwen-Duiveland veel bomen geplant.

Alhoewel herstel en wederopbouw voorspoedig verliepen zou het nog jaren duren voordat de getroffenen de materiŽle gevolgen van de ramp te boven waren. Persoonlijke verliezen waren een blijvende wond en voor velen was de ramp een traumatische ervaring. Ondanks de Deltawerken zou de angst voor het water en de storm velen tot op de dag van vandaag bijblijven.
 

Na de ramp werden nieuwe sluizen gebouwd.



Herkingen
Sluis bij Stad aan 't Haringvliet gezien vanaf het water
Bouw van de sluis bij Ooltgensplaat